Het groeten van augurken.

Ik zag onlangs een heel klein stukje van het televisieprogramma Rondom 10. Het ging over de vervreemding in de buurten. “Door die buitenlanders is het onze buurt niet meer. Niemand groet je meer zoals vroeger.”, klaagde iemand.

 

Daar moest ik even aan denken toen ik zaterdag bij V&D de deur openhield voor een vader met een kinderwagen. Het was toch echt een Nederlander. Maar er kon nog niet eens een blik, laat staan een vriendelijk knikje of zelfs een bedankje van die chagrijnige kop af. Ik had die deur gewoon dicht moeten smijten, dacht ik even later. Maar dit soort woede slijt bij mij vrij snel.

Zondag liep ik in Zaandam. Ik moest oversteken en stond voor een zebrapad. Ik zag een vader en moeder aankomen met voor hen een klein kind op een kinderfietsje. Ze hadden net enige gang, en ik liet duidelijk merken dat zij wat mij betreft door konden rijden. Ik wachtte wel even met oversteken. Ook van hen werd mij geen blik gegund. Nors de andere kant opkijkend fietsten zij door. Blijkbaar een zwaar huwelijk, dacht ik nog. En: dit was ook een oer-Hollands gezin. Hoezo buitenlanders die niet groeten?

 

Eerlijk gezegd zou ik als buitenlander ook niet zo snel een pot zure augurken groeten als ik die op straat tegen zou komen.

 

Reageer