Simpele oplossingen bestaan eigenlijk niet. Het probleem zou immers dan al lang zijn opgelost. Voor een financieel probleem klinkt de oplossing doorgaans eenvoudig: verlaag de kosten en verhoog de inkomsten. Tot zover de eerste les voor wethouder financiën. De tweede les gaat over de vraag hoe we dat dan moeten gaan doen. En dan blijkt dat het leven wat ingewikkelder in elkaar steekt.
Maar neem nu de discussie over de Zaanse Schans. Elk jaar moeten daar vele tonnen overheidsgeld naar toe om dat mooie stukje Nederland in ere en glorie te houden. De bezoekersaantallen variëren tussen de 700 en 900.000 bezoekers per jaar! Is het nu te veel gevraagd om aan al die mensen een bescheiden bijdrage te vragen?
Ik las gisteren op de pvda-Zaanstad site een bijdrage van Tjeerd Bosma.
Hij schrijft:
“Ik vind het moeilijk te verkopen dat veel ondernemers op de Schans goed geld verdienen terwijl de gemeenschap het gat in de exploitatie moet dichten. Een hek om de Zaanse Schans zou dit probleem verhelpen, dan kan er gewoon, net zoals bij elke andere grote toeristische top attractie, toegang geheven worden. Er komen ongeveer 800.000 bezoekers per jaar. Bij een toegangsprijs van 1 euro ben je al bijna uit de kosten.”
Einde citaat.
Dit is in de jarenlange discussie vaker aan de orde geweest. Het belangrijkste argument tegen was steevast: het is openbare weg, en daar mogen we geen geld voor vragen. Eigenlijk flauwekul. Een parkeerterrein is ook openbaar terrein, en daar vragen we ook geld voor. Ik ben blij dat Tjeerd deze discussie weer aanzwengelt. Helemaal geen gekke gedachte van onze vice-fractievoorzitter.
Filed under: Zaanse politiek