
Nu hoop ik niet dat ik de wortelboeren kwets, maar ik gruwel van wortelen. Al van kinds af aan vind ik de smaak van die oranje penen vreselijk. Het is niet zoet, niet hartig, maar klef. Net alsof je nat zand met suiker eet.
In 1982 raakte ik smakeloos verliefd op Marijke. Haar grote ogen, haar mooie donkere haren… ik was verkocht. Geen idee waar ik het lef vandaan haalde, maar ik moet het ooit tegen haar hebben gezegd dat ik verkikkerd op haar was. Dat was in het begin niet wederzijds. Maar na enige tijd, en wellicht vele charmante pogingen van deze verliefde puber, brak dan toch het ijs. Marijke woonde in Castricum. Ik herinner me nog goed hoe wij hand-in-hand liepen over het strand. Die avond zou ik voor het eerst haar ouders ontmoeten. Ik mocht blijven eten. Spannend!
Ik maakte kennis met mijn prille schoonouders. Gezellig, absoluut. Maar uit de keuken rook ik al onraad. De weeïge lucht…. Oh nee toch? En ja hoor! De moeder van mijn liefje deelde mede dat ‘hedenavond lekkere worteltjes uit eigen tuin op het menu’ stonden. De wanhoop nabij, besloot ik niet lastig te doen. De liefde was bevochten, maar daarom nog broos en pril. ‘Als ik nu al moeilijk ga doen, kan het snel over zijn. Kom op, HJ (zo word ik in de familie genoemd), even doorbijten’. Letterlijk.
We zitten aan tafel. De borden worden gevuld. Er is geen ontkomen meer aan. Daar liggen ze. De penen met hun hoofdpijnverwekkende kleur. Een kleur die eigenlijk al schreeuwt om niet gegeten te worden. Alarmkleuren in de natuur staan immers voor gevaar! Ik verzet me tegen mijn weerzin. Mijn vork prikt aan een wortel. De geur gaat door mijn neus. Ik zet mijn tanden in het oranje monster. Ik kauw. Ik slik. Ik hou het niet meer.
Een antiperistaltisch reflex overkomt mij. Mijn slokdarm gaat tegendraads bewegen. Voordat ik er zelf erg in heb begint mijn hals te bobbelen. Mijn tafelgenoten kijken verschrikt om. “Wat is er?”, hoor ik nog iemand zeggen. En daar gaat het. Mijn bord, mijn bestek, het tafellaken, mijn broek, mijn overhemd….. het zit onder. De aanstaande schoonmoeder rent de keuken in om een handdoek en water te pakken. De familie leeft mee. Ze hebben nog geen idee waarom ik moest overgeven.
De rust keerde weer. Het eten kreeg een andere dimensie. Ik ben enige jaren later getrouwd met Marijke. Ze is in 1997 overleden. En nog steeds kom ik regelmatig bij mijn schoonfamilie. Maar worteltjes? Nee, die hebben ze mij nooit meer voorgeschoteld.
Filed under: Niemendalletjes
Heel grappig, ik heb zelfde meegemaakt bij mijn a.s schoonouders maar dan met zuurkool!!, Hoewel het was ook meer de rookworst die de das om deed, 20 jaar vegatarier geweest daarna! Met dat vriendje is het niks meer geworden, maar dat lag niet aan de zuurkool en de schoonouders.
Wat lief dat je die herinnering met ons wil delen….