Lang geleden was er eens een klein landje met vrolijke mensen. Iedereen voelde zich prettig. En als iemand zich wat minder prettig voelde, dan werd die van harte geholpen. Ze werkten allemaal erg hard, en werden daardoor ook erg rijk. Niet rijk door alleen veel geld, maar ook rijk door veel geluk. Als iemand ziek werd, kreeg hij goede verzorging van dokters die tot de beste van de wereld behoorden. Van alles werd gedaan aan goed onderwijs. Kinderopvang, goede wegen, goed openbaar vervoer, wetten voor veilig werken,…. Je kon het zo gek niet bedenken of het was goed geregeld. En zo leefden zij jaren heel prettig in goede harmonie.
Maar er knaagde iets. Soms ging het ietsje minder goed. Dan werd bijvoorbeeld het brood een beetje duurder. Of dan werd de buurvrouw bruut beroofd door een onverlaat. Dan was iedereen verdrietig. En ook soms heel boos! En iedereen begon een beetje te klagen. De mensen in het kleine rijke landje voelden zich opeens niet echt vrolijk meer. De Koning van dat kleine landje schonk daar niet zo veel aandacht aan. Immers hij wist niet beter, dan dat iedere onderdaan wel besefte dat ze in een rijk landje leefde. In heel veel landen op deze wereld was het toch veel slechter.
Nu was er ook een nar. Die voelde feilloos aan dat de mensen minder vrolijk werden. Deze nar hield niet van de Koning. De Koning had hem jaren geleden ontslagen, omdat de Koning hem gewoon niet leuk vond. En om een nar moet je toch kunnen lachen, niet waar? De nar ging niet nadenken dat hij misschien inderdaad niet echt leuk was, maar hij ging de Koning bij iedereen in het kleine landje zwart maken. Hij ging hele boze verhalen vertellen over de Koning. “De Koning luistert niet naar jullie!” schreeuwde hij op het marktplein.
Veel mensen bleven staan bij de nar op het marktplein. Ze luisterden. Hij was wel duidelijk. Ze begrepen hem. De Koning was altijd zo moeilijk te volgen. Goed, de Koning was wel een wijs man, maar toch….. De nar vertelde ook leugens. Grote leugens. Maar hij vertelde die met zo’n overtuigingskracht, dat iedereen hem begon te geloven. De nar ging alle problemen oplossen. Als ze maar op hem gingen stemmen! “Geloof in mij! Ik ga uw problemen allemaal oplossen!”
De mensen begonnen in de nar te geloven. Ze werden blind voor de goede dingen die de Koning al die jaren heeft gedaan. Hele kleine vervelende gebeurtenissen werden opgeblazen als vreselijke rampen. Mensen werden bang! De Koning zag dat allemaal gebeuren. Hij sprak de mensen toe via de televisie. “Er gebeuren vreselijke dingen. Maar gelukkig niet vaak. Laten we daarom niet zo verdrietig en boos worden.” De mensen werden nu nog bozer op de Koning. “Wat denkt hij wel? Hij heeft makkelijk praten daar in dat paleis van hem!” riepen de mensen.
Voor het paleis van de Koning begonnen mensen te protesteren. Ze waren boos op de Koning. “Wij willen de nar!” riepen ze heel hard. De nar zag dit allemaal aan. Hij bespeelde de massa mensen als de beste. Met een brede glimlach op zijn mond zag hij hoe de Koning het moeilijk kreeg.
De Koning kon niets anders doen dan weggaan. Verdrietig verliet hij het paleis. De nar werd de nieuwe bewoner van het paleis. Iedereen juichte! Plotseling was iedereen weer heel blij. Vanaf nu zou het weer beter gaan in het kleine rijke landje.
Maar de mensen kregen na een paar weken een beetje spijt. De nar bakte er niets van. De prijzen van de broden bleven maar stijgen. Het werd zelfs erger: het brood werd schaars. Omdat het meel voor het brood uit een ander land kwam. En dat land moest niets hebben van die vreemde nar. Mensen werden steeds minder vriendelijk voor elkaar. De criminaliteit nam toe. De nar was zo blij met zijn grote overwinning op de Koning, dat hij ook blind werd voor de ontevredenheid.
De mensen zeiden tegen elkaar: “Eigenlijk was de Koning zo gek nog niet.” Door de nar werden de mensen nog meer ontevreden. Het rijke landje kraakte in al haar voegen. Problemen bleken niet zo makkelijk opgelost te kunnen worden. Dat had de nar de mensen wel beloofd! “U zei toch dat u al onze problemen zou oplossen?” riepen de mensen naar de nar. “Geef ons de Koning terug!” begon iemand te schreeuwen. Daar schrok de nar van. Hij verbood de televisie dit uit te zenden. De mensen werden nog bozer op de nar. En na een jaar kon de Koning weer terugkeren in zijn paleis. De nar werd snel vergeten.
En ze leefden nog lang en gelukkig, totdat de Koning zijn kok ontsloeg omdat hij niet lekker kookte. Die kok ging de Koning bij iedereen zwart maken……
Filed under: Niemendalletjes
Hij’s leuk, Harm Jan!
Anna