Dit is te verwachten van een PvdA-er!

Nooit iets schrijven voor de openbaarheid als je boos bent. Een advies dat ik menigmaal krijg. Dus ik moet eigenlijk nu stoppen. Nú stoppen Egberts!

….

Maar ik ben niet boos! Ik ben woedend! Dan moet ik zéker niet schrijven.

Ik doe het toch! Zo razend ben ik.

 

Ok, ik moet de nuánce pakken. Even tot 10 tellen. Diep ademhalen.

 

Op de krantentafel hier in het gemeentehuis tref ik een Telegraaf aan van vandaag. De voorpagina meldt: FNV: ROL BOS GROOTSTE SMET PVDA. Onderstreept en wel. Ik lees verder dat de FNV Bondgenoten Bos keihard persoonlijk aanvallen vanwege zijn steun aan een hogere AOW-leeftijd. “De partij verliest zo haar basis en bestaansrecht”. Echt ongelooflijk! Je moet maar durven! Stelletje…. Oh nee, rustig blijven.

 

Zal ik de FNV Bondgenoten eens iets zeggen? Nee, doe ik maar niet. Laat ik maar de wijste zijn. *)

 

*) Zie weblogs 16 en 19 september. En vooral de commentaren.

Fiets een end heen.

fietsautoWaar ik nu doodziek van wordt zijn die fatsoensrakkers en regelnichten die u en mij vertellen hoe te moeten leven. Hoe ouder ik word, hoe groter de irritatie!

Nu las ik weer dat er een pleidooi wordt gehouden voor het verplicht stellen van de fietshelm! Hoe gekker moet het worden. Dus als ik even een broodje bij de bakker wil halen, moet ik eerst een fietshelm opzetten. Fiets een end heen, zou ik zeggen.

 

Echt, geloof me. Over 10 jaar is het verplicht om met een zwaailicht op je fietshelm te fietsen. Da’s veiliger. Nòg veiliger is natuurlijk met beschermende kleding je voort te bewegen. Weet u wat? We stellen een fietsexamen en fietsrijbewijs verplicht! Nòg veiliger. En, ja we gaan even door, we overwegen om ook zijwieltjes verplicht aan te laten brengen op de fietsen. Ook dat is veilig. En spiegeltjes natuurlijk, voor het verkeer achter je. En wat denkt u van een stalen constructie rondom de fiets? Altijd veilig bij botsingen. Airbags, gordels, kreukelzones…….

Het groeten van augurken.

Ik zag onlangs een heel klein stukje van het televisieprogramma Rondom 10. Het ging over de vervreemding in de buurten. “Door die buitenlanders is het onze buurt niet meer. Niemand groet je meer zoals vroeger.”, klaagde iemand.

 

Daar moest ik even aan denken toen ik zaterdag bij V&D de deur openhield voor een vader met een kinderwagen. Het was toch echt een Nederlander. Maar er kon nog niet eens een blik, laat staan een vriendelijk knikje of zelfs een bedankje van die chagrijnige kop af. Ik had die deur gewoon dicht moeten smijten, dacht ik even later. Maar dit soort woede slijt bij mij vrij snel.

Zondag liep ik in Zaandam. Ik moest oversteken en stond voor een zebrapad. Ik zag een vader en moeder aankomen met voor hen een klein kind op een kinderfietsje. Ze hadden net enige gang, en ik liet duidelijk merken dat zij wat mij betreft door konden rijden. Ik wachtte wel even met oversteken. Ook van hen werd mij geen blik gegund. Nors de andere kant opkijkend fietsten zij door. Blijkbaar een zwaar huwelijk, dacht ik nog. En: dit was ook een oer-Hollands gezin. Hoezo buitenlanders die niet groeten?

 

Eerlijk gezegd zou ik als buitenlander ook niet zo snel een pot zure augurken groeten als ik die op straat tegen zou komen.

 

De AOW

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar het AOW-voorstel van de coalitie vind ik eigenlijk wel goed. Er blijft een vrije keuze om op je 65ste te stoppen. Dan krijg je wel minder geld, maar dat is dan een persoonlijke afweging. Bij zware beroepen is maatwerk mogelijk. De tijd waarin het allemaal vorm moet krijgen is lang, dus niemand wordt plotseling geconfronteerd met een verhoging van de AOW-leeftijd. Nou, mij hoor je niet mopperen.

Dan de reacties. ‘Misbaksel’, ‘asociaal’, ‘gedrocht’.  U mag één keer raden waar deze genuanceerde woorden vandaan komen.

Wéér blij met een PvdA-er! Gaat goed!

bouwmeester

Kijk, ik voel me weer helemaal blij met een goed PvdA-kamerlid: Lea Bouwmeester! Zij wil af van het paddoverbod! Het heeft niet gewerkt, en het zal nooit gaan werken.

 

In mijn vorige column had ik het over simpele oplossingen. Ze bestaan gewoon niet. Het buitensporig alcoholgebruik onder jongeren los je bijvoorbeeld niet op door de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol te verhogen naar 18 jaar  Nu is die grens voor licht alcoholische dranken gesteld op 16 jaar. En desondanks komen er regelmatig kinderen van 14 of zelfs 12 met zware alcoholproblemen in de klinieken. Het optrekken van de leeftijdsgrens lost het probleem dus niet op. Ik zeg niet dat er geen grens moet zijn. Natuurlijk! Maar als kinderen van 12 zich helemaal klem gaan zuipen is er iets heel fundamenteels anders aan de hand. Dat lost geen politicus even met een simpele regel op!

 

Vorig jaar was ik op een VNG-bijeenkomst over alcoholmisbruik. Allemaal keurige dames en heren. Zonder enig weerwoord leek daar een soort overtuiging te zijn dat de leeftijdsgrens voor verkoop van alcohol moest worden opgetrokken naar 18 jaar, en de supermarkten moesten daar streng op toezien. Dat was het! De een viel zowat over de ander heen om dit krachtdadige beleid met verve te verdedigen. Totdat ik, de onverlaat het durfde om twee vragen te stellen. Ten eerste wie garandeert dat nu kinderen die jonger zijn dan 16 die nu ook aan alcohol komen, er niet aan zouden kunnen komen wanneer de grens wordt opgetrokken naar 18? En ten tweede leggen we de verantwoordelijkheid nu bij de, meestal jonge, kassamedewerkers van de supermarkten? Hou toch op!

 

Hetzelfde gevoel heb ik met het paddoverbod. Of die verbeten strijd tegen sommige pilletjes, wiet, hasj. Natuurlijk zijn er schrijnende toestanden. Er zijn ook weldenkende mensen die af en toe dat willen gebruiken. Dat zijn echt niet zweverige, ongeschoren en ongewassen lieden die met spuiten in hun armen onder de bruggen slapen. Ik geloof veel meer in toezicht, eerlijke voorlichting op maat en begeleiding bij koop. Ik dacht dat de drooglegging van Amerika in de jaren dertig wel had bewezen dat een resoluut verbod op genotsmiddelen nooit echt werkt.

 

http://www.nu.nl/algemeen/2101737/pvda-wil-af-van-paddoverbod.html

Soms bestaan er toch simpele oplossingen.

Simpele oplossingen bestaan eigenlijk niet. Het probleem zou  immers dan al lang zijn opgelost. Voor een financieel probleem klinkt de oplossing doorgaans eenvoudig: verlaag de kosten en verhoog de inkomsten. Tot zover de eerste les voor wethouder financiën. De tweede les gaat over de vraag hoe we dat dan moeten gaan doen. En dan blijkt dat het leven wat ingewikkelder in elkaar steekt.

Maar neem nu de discussie over de Zaanse Schans. Elk jaar moeten daar vele tonnen overheidsgeld naar toe om dat mooie stukje Nederland in ere en glorie te houden. De bezoekersaantallen variëren tussen de 700 en 900.000 bezoekers per jaar! Is het nu te veel gevraagd om aan al die mensen een bescheiden bijdrage te vragen?

Ik las gisteren op de pvda-Zaanstad site een bijdrage van Tjeerd Bosma.

Hij schrijft:

“Ik vind het moeilijk te verkopen dat veel ondernemers op de Schans goed geld verdienen terwijl de gemeenschap het gat in de exploitatie moet dichten. Een hek om de Zaanse Schans zou dit probleem verhelpen, dan kan er gewoon, net zoals bij elke andere grote toeristische top attractie, toegang geheven worden. Er komen ongeveer 800.000 bezoekers per jaar. Bij een toegangsprijs van 1 euro ben je al bijna uit de kosten.”  

Einde citaat.

Dit is in de jarenlange discussie vaker aan de orde geweest. Het belangrijkste argument tegen was steevast: het is openbare weg, en daar mogen we geen geld voor vragen. Eigenlijk flauwekul. Een parkeerterrein is ook openbaar terrein, en daar vragen we ook geld voor. Ik ben blij dat Tjeerd deze discussie weer aanzwengelt. Helemaal geen gekke gedachte van onze vice-fractievoorzitter.

http://www.zaanstad.pvda.nl/

Grote fotografen.

Het is verdomd moeilijk om een boeiende portretfoto te maken. Een beeld maken waaruit het karakter je tegemoet springt, vereist enorm veel ervaring en inzicht. Achtergrond, type belichting, gelaatsuitdrukking, voorwerpen in beeld….alles moet kloppen. Een van de mooiste portretten vind ik nog altijd die van Alfred Krupp, gemaakt door Arnold Newman. Een grimmige foto waaruit de goed verstaander weet dat de metaalfabriek Krupp een duister verleden met zich meedraagt. Rembrandtniveau. En dan de portretten uit het rauwe leven van Cartier Bresson. Je blijft kijken. 

Man Ray, Mario Testino, Paul Huf, Anton Corbijn; portretfotografen die op eenzame hoogte staan of stonden. In dit rijtje past onbetwist Irving Penn. Hij is gisteren op hoge leeftijd overleden. Ik las dat hij tot zijn dood toe nog fotografeerde. Dat is op zich opvallend. Grote fotografen hadden er op een moment gewoon genoeg van. Ze wilden er zelfs soms pas na flink aandringen nog over praten. Eva Besnyö liet zich een paar jaar voor haar dood nog heel mooi filmen waarin ze vol passie over haar beroep vertelde. Maar dat moest van verre komen.

 

Gisteravond laat nog naar een documentaire over Erwin Olaf gekeken. Ook zo’n grote naam onder de fotografen. Een inspirerende man. Alleen jammer dat hij zichzelf geen kunstenaar wilde noemen. Dat fotografie veel en veel meer is dan alleen een knopje indrukken mag inmiddels wel duidelijk zijn.

Alfried_Krupp

A. Krupp (foto: Newman)

Het oranje gevaar!

 

wortelen

Nu hoop ik niet dat ik de wortelboeren kwets, maar ik gruwel van wortelen. Al van kinds af aan vind ik de smaak van die oranje penen vreselijk. Het is niet zoet, niet hartig, maar klef. Net alsof je nat zand met suiker eet.

In 1982 raakte ik smakeloos verliefd op Marijke. Haar grote ogen, haar mooie donkere haren… ik was verkocht. Geen idee waar ik het lef vandaan haalde, maar ik moet het ooit tegen haar hebben gezegd dat ik verkikkerd op haar was. Dat was in het begin niet wederzijds. Maar na enige tijd, en wellicht vele charmante pogingen van deze verliefde puber, brak dan toch het ijs. Marijke woonde in Castricum. Ik herinner me nog goed hoe wij hand-in-hand liepen over het strand. Die avond zou ik voor het eerst haar ouders ontmoeten. Ik mocht blijven eten. Spannend!

Ik maakte kennis met mijn prille schoonouders. Gezellig, absoluut. Maar uit de keuken rook ik al onraad. De weeïge lucht…. Oh nee toch? En ja hoor! De moeder van mijn liefje deelde mede dat  ‘hedenavond lekkere worteltjes uit eigen tuin op het menu’ stonden. De wanhoop nabij, besloot ik niet lastig te doen. De liefde was bevochten, maar daarom nog broos en pril. ‘Als ik nu al moeilijk ga doen, kan het snel over zijn. Kom op, HJ (zo word ik in de familie genoemd), even doorbijten’. Letterlijk.

We zitten aan tafel. De borden worden gevuld. Er is geen ontkomen meer aan. Daar liggen ze. De penen met hun hoofdpijnverwekkende kleur. Een kleur die eigenlijk al schreeuwt om niet  gegeten te worden.  Alarmkleuren in de natuur staan immers voor gevaar! Ik verzet me tegen mijn weerzin. Mijn vork prikt aan een wortel. De geur gaat door mijn neus. Ik zet mijn tanden in het oranje monster. Ik kauw. Ik slik. Ik hou het niet meer.

Een antiperistaltisch reflex overkomt mij. Mijn slokdarm gaat tegendraads bewegen. Voordat ik er zelf erg in heb begint mijn hals te bobbelen. Mijn tafelgenoten kijken verschrikt om. “Wat is er?”, hoor ik nog iemand zeggen. En daar gaat het. Mijn bord, mijn bestek, het tafellaken, mijn broek, mijn overhemd….. het zit onder. De aanstaande schoonmoeder rent de keuken in om een handdoek en water te pakken. De familie leeft mee. Ze hebben nog geen idee waarom ik moest overgeven.

De rust keerde weer. Het eten kreeg een andere dimensie. Ik ben enige jaren later getrouwd met Marijke. Ze is in 1997 overleden. En nog steeds kom ik regelmatig bij mijn schoonfamilie. Maar worteltjes? Nee, die hebben ze mij nooit meer voorgeschoteld.

En nu iets onverwachts van een PvdA-er (2)

Mijn opvatting over vakbonden heeft nogal wat stof doen opwaaien. Dat is op zich niet zo erg, maar ik blijk ook mensen beledigd en zelfs gekwetst te hebben. En dat laatste is nooit mijn bedoeling geweest. Mijn kritiek is gericht op het instituut en zeker niet op de mensen die zich inzetten voor een rechtvaardigere verdeling van onze welvaart.

Vakbonden zijn in het verleden van onmisbare betekenis geweest voor de vorming van onze sociale welvaartsstaat. Dat heb ik nooit ontkend. Maar een maatschappij ontwikkelt zich snel. Dat betekent dat je af en toe verworvenheden ter discussie moet kunnen stellen. Dat doet de PvdA ook, en ook soms tot grote ergernis. Zeker nu in de huidige economische crisis is een open houding meer dan noodzakelijk. Dat was de essentie van mijn artikel, en dat had ik wat genuanceerder moeten brengen.

Ik voel mij overtuigd sociaal-democraat die staat voor een rechtvaardige inkomensverdeling en goede sociale voorzieningen voor diegenen die het nodig hebben. In mijn politieke leven heb ik hier altijd naar gehandeld en zal dat blijven doen. Ook ik erger mij groen en blauw aan de graai- en bonussencultuur. Al menig maal heb in mijn artikeltjes laten weten dat ik niet van uitwassen, extremen en fanatici houd. Excessieve beloningen, bonussen of wat dan ook vind ik nooit te verdedigen.

Als ik mensen op hun ziel heb getrapt met mijn stuk van afgelopen woensdag, dan spijt mij dat zeer. Dat is nimmer mijn bedoeling geweest en ik bied dan hierbij mijn verontschuldigingen aan.

Ik heb iets aangekaart dat meer impact heeft gekregen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

En nu iets onverwachts van een PvdA-er.

Nu is mijn liefde voor vakbonden nooit erg groot geweest, en dan druk ik mij nog rustig uit. Ik vind het een ouderwets instituut, dat zeker haar nut en noodzaak heeft bewezen. Maar sinds de jaren tachtig zijn vakbonden niets meer dan een verzameling blanke veertigplussers die zo ongeveer elke discussie over verworvenheden als heiligenschennis beschouwen. Ik houd niet zo van die bekrompenheid en zeker niet van dreigen en simplistisch geleuter.

 

Jaren geleden werd het hele openbaar vervoer platgelegd. Voor dagen. Toen eens werd voorgerekend waarvóór dan wel werd gestaakt, bleek het om maar liefst 8 gulden per maand te gaan! Ook in de discussie over het ontslagrecht zetten de bonden hun hakken in het zand. Dat bedrijven zeer huiverig zijn om mensen een kans te bieden, omdat het zo vreselijk moeilijk is om ze na disfunctioneren te ontslaan, wordt gewoon glashard ontkend. De opmerking van Jongerius destijds over ontslagvergoedingen maakte mij woedend. Wat ben ik blij dat ik nooit lid ben geweest van zo’n clubje. Hoef je je achteraf nergens voor te schamen.

 

Ook de houding van de bonden als reactie op prinsjesdag. Werkelijk ongehoord. Al was ik lid geweest van welke vakbond dan ook, dan had ik geloof ik al honderd keer die met spoed beëindigd. Schreeuwen dat het kabinet met een loonmaatregel gaat ingrijpen. Gewoon gebaseerd op vermoedens. Flauwekul! Trouwens, als die bonden idiote looneisen gaat stellen, mág het kabinet wat mij betreft ingrijpen!
Zo, dat is er uit! En nu maar weer aan het werk.